Vragen over intermitterende zelfkatheterisatie

Wat is intermitterende zelfkatheterisatie?

Intermitterend betekent ‘met tussenpozen'. Intermitterende katheterisatie is het herhaaldelijk, dus met tussenpozen, legen van de blaas met behulp van een dun wegwerpkatheter. Afhankelijk van hoeveel u drinkt moet er 4 à 5 keer per dag worden gekatheteriseerd.

Hoe gaat intermitterend katheteriseren in zijn werk?

Katheterisaties van de blaas moeten in principe aseptisch worden gedaan. Aseptisch katheteriseren is altijd beter dan alleen hygiënisch katheteriseren, vooral als de blaas reeds beschadigd en verlamd is. Aseptisch houdt in dat steriele materialen worden gebruikt, de ingang van de urinebuis wordt gedesinfecteerd, een steriel glijmiddel wordt gebruikt en de katheter steriel wordt ingevoerd. Bij (intermitterende) katheterisatie kan de katheter worden ingebracht door anderen, bijv. door ouders, verzorgers, familieleden of verplegend personeel, of door de patiënt zelf (zelfkatheterisatie). Een katheterisatie is eenvoudig uit te voeren met behulp van een van de verkrijgbare sets. Deze zijn klein en bevatten alle noodzakelijke onderdelen (de katheter zelf, een urine-opvangzak, depwatjes etc.) Met behulp van dergelijke sets kan intermitterende katheterisatie vrijwel overal worden gedaan.

Hoe moet de ideale katheter opgebouwd zijn?

De openingen aan het uiteinde van de katheter (de ogen) moeten afgerond en glad zijn. De diameter van de katheter ligt, afhankelijk van uw leeftijd, tussen de 10 en 14 Charrière (dit is een urologische maat, 1 Charrière staat voor 0,3 mm). Een katheter mag slechts één keer worden gebruikt.

Waarom is intermitterend katheteriseren aan te raden?

Intermitterend katheteriseren is een eenvoudige manier om de urineblaas voorzichtig en zonder schadelijke druk te legen. Op die manier worden de nieren optimaal beschermd. Deze vorm van lediging van de blaas kan ieder moment weer worden stopgezet. Een operatie heeft, net als iedere operatie, bepaalde risico’s en schept meestal een situatie die onomkeerbaar is. Dit is bij intermitterende katheterisatie niet het geval. Bij kinderen betekent intermitterende katheterisatie meestal welkome tijdwinst, tot ze op een leeftijd zijn dat ze zelf kunnen beslissen wat er met hun lichaam gebeurt. Bij volwassenen kan de blaas geleegd worden door middel van intermitterende katheterisatie tot de verlamming zich stabiliseert (niet meer verandert) en dus mogelijk ook niet meer verder herstelt. Pas dan moet er een beslissing worden genomen of u een operatie laat doen of niet.

Hoe vaak en wanneer moet er worden gekatheteriseerd?

Dit hangt er van af hoeveel u op een dag drinkt, of, om precies te zijn, van de hoeveelheid urine die u dagelijks uitscheidt. Normaal gesproken moet u 4 à 5 keer per dag de blaas legen door intermitterend te katheteriseren. In het begin kunnen de tijdstippen worden vastgelegd waarop u katheteriseert. Als u het gevoel heeft te moeten plassen, moet u dit niet te lang onderdrukken. Wat het goede tijdstip is om de blaas te leggen, moet u zelf ondervinden. Meer dan 500 ml urine per blaaslediging is te veel, dus er mag niet te lang worden gewacht.

Welke voordelen heeft intermitterende katheterisatie?

Wij weten op grond van de ervaringen van vele patiënten dat intermitterende katheterisatie na het normaal legen van de blaas de beste methode is om de blaas te legen. Patiënten hoeven niet bang te zijn voor nierbeschadigingen of meer infecties van de urinewegen, want vaak wordt intermitterende katheterisatie zelfs aanbevolen voor het behandelen van reeds ontstane nierschade of bij herhaaldelijke blaasontstekingen. Als op de juiste manier wordt gekatheteriseerd, raakt de urinebuis niet beschadigd. Wanneer intermitterende katheterisatie aseptisch wordt gedaan en er wordt gewerkt met desinfecterend glijmiddel, vergroot katheterisatie de kans op blaasontstekingen niet.